‘De boer dat is de keerl’

 ‘De boer dat is de keerl….’

Hij was 87 jaar oud geworden. En vrijwel zijn hele leven had hij op de boerderij, op zijn eigen plek aan zijn eigen straatje in het buurtschap buiten Hengelo gewoond. Een leven vol liefde voor zijn dieren en zijn boerenbedrijf, betrokkenheid bij zijn buurtschap, het verenigingsleven en zijn noabers. Hij zorgde met passie voor zijn kippen, ganzen en pauwen en ontfermde zich over aangelopen katten.

Hij was altijd alleen gebleven. Een typische vrijgezelle boer die altijd gekleed ging in een blauwe overall, een koppelriem om zijn middel en een pet op. Iedereen in de buurt kende hem en ze wisten wat ze aan hem hadden. Hij ging compromisloos door het leven: recht was recht en krom was krom. Hij mocht je, of hij mocht je niet, in het eerste geval ging hij voor je door het vuur. In het tweede geval had je pech. Hij maakte het dan ook niet mooier dan het was. Velen kwamen bij hem over de vloer voor een kop koffie, een borreltje, maar vooral voor een praatje.

Leed bleef hem niet  bespaard. Ruim een jaar geleden moest zijn onderbeen geamputeerd worden en er volgde een zware periode van revalideren in het verpleeghuis. Met de nodige inzet van zijn noabers en thuiszorg, kon hij gelukkig terug naar zijn eigen stek, zijn boerderijtje. Tot dit jaar het coronavirus hem trof en een opname in het ziekenhuis noodzakelijk was.  Uiteindelijk overleed hij in het ziekenhuis.

Overall
Er werd een passend afscheid georganiseerd. Op de dag van de uitvaart stond de kist, waarin hij in zijn overall lag opgebaard, tussen een aantal bloemstukken op de oprit van zijn erf, in zijn ‘eigen’ straatje.
Buren, vrienden en familie reden stapvoets met hun auto’s langs de kist, stonden even stil en groeten de noabers die bij de baar waakten. Ondertussen scharrelden een paar kippen rond de kist. Het was een kraakheldere dag en het geheel werd verwarmd door een krachtige najaarszon.

Aansluitend werd er een herdenkingsdienst gehouden in het crematorium. Het was een afscheid naar zijn wens en in zijn stijl. Er was ruimte voor toespraken van een aantal dierbaren. De dominee herdacht hem op treffende wijze en er werd geluisterd naar muziek die hij zelf had uitgezocht, refererend aan zijn militaire dienst hoorden we ‘Ik sta op wacht’ en hij had gekozen voor ‘De boer is troef’ van Normaal.
De noabers en de zussen vonden dat de plechtigheid tenslotte met maar één liedje afgesloten kon worden. Opnieuw een nummer van Normaal dat beschreef wie hij was geweest en was gebleven tot het eind: ‘De boer dat is de keerl…’